afb.

'Groeilichten’ 

Als de junimaand aanbreekt, dan weet iedereen het al: vlaggetjesdag.
Er wordt dan veel gevlagd op schepen die de nieuwe haring
binnenbrengen en een eerste vaatje wordt verkocht voor heel veel euro’s.
Ook aan de vele gevels hangen rond die tijd rugzakken of eigentijdse
lederen buidels aan de vlaggenstok De examens zijn dan
weer voorbij. Teleurstelling en tranen zijn gedeeld en
na hevige ontlading wordt veel gefeest. De belofte voor de toekomst
met wellicht vele euro’s in ’t verschiet. Het is in die periode dat ik tijdens mijn werkzame
leven vaak als surveillant ben ingezet bij examens. Surveilleren, het woord zegt
het al, is bewaken. Minder militante woorden zijn monitoren, aanschouwen, oppassen
aanzien, bekijken, beschouwen, gadeslaan, observeren, toezien en waarnemen
. Kortom, een mondvol voor momenten van stilte en concentratie.
Nu moet je weten dat surveilleren een passieve taak is.
Oké, ik moet alert zijn op onregelmatigheden en ongeregeldheden.
Er rest mij niets anders te doen dan mijn ogen en oren te gebruiken.
Voor aanvang van het examen moeten eerst de tafels en stoelen ver
genoeg uit elkaar en keurig in het gelid worden gezet zodat overzicht optimaal is .

De leerlingen komen daarna opgewonden binnen. Tassen, rugzakken en buidels
worden aan de voorzijde van de zaal achtergelaten, samen met het mobieltje.
Mijn taak is op het juiste tijdstip de examenopgaven uit te delen en een oogje in ‘t zeil te houden.
Daarna wordt het twee uur lang stil, muisstil. Zo stil dat je een speld. . .
Als ik zo plaatsgebonden achter mijn tafel zit en rondkijk dan maak ik kleine aantekeningen, poëzie met
homoniemen*, metaforen* en metoniemen* die nauwe verwantschap
hebben met de studenten die zweten, blokken en hun prestaties op papier zetten.
Wanneer zij geconcentreerd aan het werk zijn, laat ik mijn hart en taalgevoel spreken en
beschrijf in korte haiku-achtige krabbels, studenten die mij opvallen door hun zijn; hun gedrag,
kleding, meegebrachte attributen of uiterlijk. Niet zoals men een persoon normaal karakteriseert.
Nee, ik schrijf voor betrokkenen en derden geheel onherkenbare teksten, geheel privacy veilig.
Door gebruik van verschillende taalkundige stijlfiguren is een examenkandidaat
nooit te herleiden. Het is een geheimtaal die alleen ik spreek en herken.
Nu, na een aantal jaren ben ik de verbinding met die leerling en zijn of haar metaforen kwijt geraakt.
Ze zijn uit mijn brein ontsnapt terwijl de schrijfsels blijven en ik ze als cryptoklrabbels*
adresseer.Een voorbeel dis hier misschien op z’n plaats. Een potige student
wordt door klasgenoten soms ‘beuk’ genoemd. Een pesterige en boute uitspraak dat eerder
misschien als scheldwoord dan als compliment wordt gehanteerd. Verderfelijk,
maar voor een karakterisering en vingerwijzing past het in dit proza: het is hopelijk een
helder en te begrijpen voorbeeld.
Een ander voorbeeld. Het woord plaat, dat kan van
metaal zijn maar ook voor een afbeelding, een illustratie of een tekening staan. Zo ontstonden diverse
taalkundige opris- pingen die stuk voor stuk studenten karakteriseerden tij- dens hun examen,
hun toppunt van scherpte en alertheid, waardoor de kleine stukjes tekst en context opmerkelijke poëzie vormden.
In de loop der jaren heb ik ruim drieduizend leerlingen op deze wijze zien passeren,
zien blokken en hun studie met succes zien afronden. Ik maakte hen mee, ieder met hun uitzonderlijke
kwaliteiten en natuurlijk ook hun eigenaardigheden, die ik liever zou verwoorden als hun eigen aardigheden.
Het waren rijke ervaringen en ik ontwaarde op deze wijze een ongekende diversiteit van mensen; mooie levens,
jonge levens, fragile levens, levens- krachtige levens, veerkrachtige levens, afwachtende levens en door tastende levens.
Levens die mochten bouwen aan een toekomst vol perspectief. Om die sfeer van examen- euforie en toekomst vast te
houden schreef ik deze stukjes poëzie. Onherkenbaar, ondenkbaar, ongrijpbaar en in volledige
abstractie met de overtuiging en het gevoel van nabij zijn. Meerdere keren is mij gevraagd hiervan een
bloemlezing te bundelen en ieder die het wenste naar die karakteriseringen te laten gissen. Lang heb ik
geaarzeld omdat het intieme verbindingen zijn die, filosofisch gezien, nog steeds een
rode draad vormen; een verbinding en frequentie tussen hen en mij.
Voor u als lezer kan het dus zijn dat, ‘t zoeken naar begrip of begrijpen van deze tekstjes,
er in uw brein zoekplaatjes ontstaan, beelden die ronddolen in duisternis.
Ik zie het als Groeilichten,
geen literaire hoogstandjes maar een neerslag van intens kleine momenten, die bij elkaar gebracht
een prachtig object van gezamenlijkheid vertegen woordigen.
 Het waren doorvoelde momenten,
flinters die nu tezamen als een antieke Ganesha* omzichtig kan worden bekeken. Na de eerder
genoemde examens zou mijn beeld in duizend stukjes uit elkaar gevallen zijn,
zoekgeraakt als puzzelstukjes van een gehele olifant. Dat was te waardevol en dat wilde ik voorkomen.

Een selectie van Groeilichten is dusdanig samengebracht in deze bundel, waardoor het mogelijk de
menselijke karakterisering onvindbaar maar wel voelbaar maakt. Een speciaal woord van dank voor al die
studenten die mij de deur openden naar deze vorm van poëzie. Zij brachten bij mij emoties te weeg
die ik in taal heb willen uitdrukken. Het zijn slechts de kleine verschillen en nuances waardoor een
beroep op uw concentratie en waarneming wordt gedaan.
Zo ziende en lezende zal de verbinding door beeld en taal voelbaar zijn.


Pocketboek: 'Groeilichten’ 
68 pagina’s
isbn978 94 6448 92 31
prijs: € 14,50 incl. btw 

Klik hier voor bestellen
bij Bol.com: Groeilichten