Vlaggetjesdag

Als de junimaand aanbreekt, dan weet iedereen het al: vlaggetjesdag. Er wordt dan veel gevlagd op schepen die de nieuwe haring binnenbrengen en een eerste vaatje wordt verkocht voor heel veel euro’s. Ook aan de vele gevels hangen rond die tijd rugzakken of eigentijdse lede- ren buidels aan de vlaggenstok De examens zijn dan weer voorbij. Teleurstelling en tranen zijn gedeeld en na hevige ontlading wordt veel gefeest. De belofte voor de toekomst met wellicht vele euro’s in ’t verschiet. Het is in die periode dat ik tijdens mijn werkzame leven vaak als surveillant ben ingezet bij examens. Surveilleren, het woord zegt het al, is bewaken. Minder militante woorden zijn monitoren, aanschouwen, oppassen, aanzien, bekijken, beschouwen, gadeslaan, observeren, toezien en waarnemen. Kortom, een mondvol voor momenten van stilte en concentratie. Nu moet je weten dat surveilleren een passieve taak is. Oké, ik moet alert zijn op onregelmatigheden en ongeregeldheden. Er rest mij niets anders te doen dan mijn ogen en oren te gebruiken.

Voor aanvang van het examen moeten eerst de tafels en stoelen ver genoeg uit elkaar en keurig in het gelid worden gezet zodat overzicht optimaal is.De leerlingen komen daarna opgewonden binnen. Tassen, rugzakken en buidels worden aan de voorzijde van de zaal achtergelaten, samen met het mobieltje. Mijn taak is op het juiste tijdstip de examenopgaven uit te delen en een oogje in ‘t zeil te houden. Daarna wordt het twee uur lang stil, muisstil. Zo stil dat je een speld. . . Als ik zo plaatsgebonden achter mijn tafel zit en rondkijk dan maak ik kleine aantekeningen, poëzie met homoniemen, metaforen en metoniemen die nauwe verwantschap hebben met de studenten die zweten, blokken en hun prestaties op papier zetten. Wanneer zij geconcentreerd aan het werk zijn, laat ik mijn hart en taalgevoel spreken en beschrijf in korte haiku-achtige krabbels, studenten die mij opvallen door hun zijn; hun gedrag, kleding, meegebrachte attributen of uiterlijk. Niet zoals men een persoon normaal karakteriseert. Nee, ik schrijf voor betrokkenen en derden geheel onherkenbare teksten. Door gebruik van verschillende taalkundige stijlfiguren is een examenkandidaat nooit te herleiden. Het is een geheimtaal die alleen ik spreek en herken.

Nu, na een aantal jaren ben ik de verbinding met veel leerlingen en zijn of haar metaforen kwijtgeraakt. Ze zijn uit mijn brein ontsnapt terwijl de schrijfsels blijven en ik ze als cryptokrabbels adresseer. Een voorbeeld is hier misschien op z’n plaats. Een potige student wordt door klasgenoten soms ‘beuk’ genoemd. Een pesterige en boute uitspraak dat eerder misschien als scheldwoord dan als compliment wordt gehanteerd. Verderfelijk, maar voor een karakterisering en vingerwijzing past het in dit proza: het is hopelijk een helder en te begrijpen voorbeeld.
Een ander voorbeeld: het woord plaat, dat kan van metaal zijn maar ook voor een afbeelding, een illustratie of een tekening staan. Zo ontstonden diverse taalkundige oprispingen die stuk voor stuk studenten karakteriseerden tijdens hun examen, hun toppunt van scherpte en alertheid, waardoor de kleine stukjes tekst en context opmerkelijke poëzie vormden. In de loop der jaren heb ik ruim drieduizend leerlingen op deze wijze zien passeren, zien blokken en hun studie met succes zien afronden. Ik maakte hen mee, ieder met hun uitzonderlijke kwaliteiten en natuurlijk ook hun eigenaardigheden, die ik liever zou verwoorden als hun eigen aardigheden. Het waren rijke ervaringen en ik ontwaarde op deze wijze een ongekende diversiteit van mensen; mooie levens, jonge levens, fragile levens, levenskrachtige levens, veerkrachtige levens, afwachtende levens en door tastende levens. Levens die mochten bouwen aan een toekomst vol perspectief. Om die sfeer van exameneuforie en toekomst vast te houden schreef ik deze stukjes poëzie. Onherkenbaar, ondenkbaar, ongrijpbaar en in volledige abstractie met de overtuiging en het gevoel van nabij zijn. Meerdere keren is mij gevraagd hiervan een bloemlezing te bundelen en ieder die het wenste naar die karakteriseringen te laten gissen. Lang heb ik geaarzeld omdat het intieme verbindingen zijn die, filosofisch gezien, nog steeds een rode draad vormen; een verbinding en frequentie tussen hen en mij.

Voor de lezer kan het dus zijn dat, ‘t zoeken naar begrip of begrijpen van deze tekstjes, er in het brein zoekplaatjes ontstaan, beelden die ronddolen in duisternis. Ik zie het als Groeilichten, geen literaire hoogstandjes maar een neerslag van intens kleine momenten, die bij elkaar gebracht een prachtig object van gezamenlijkheid vertegenwoordigt. Het waren doorvoelde momenten, flinters die nu tezamen als een antieke Ganesha omzichtig kan worden bekeken. Na de eerdergenoemde examens zou mijn beeld in duizend stukjes uit elkaar gevallen zijn, zoekgeraakt als puzzelstukjes van de gehele olifant. Dat was te waardevol en dat wilde ik voorkomen.Een selectie van Groeilichten is dusdanig samengebracht in deze bundel, waardoor het mogelijk de menselijke karakterisering onvindbaar maar wel voelbaar maakt. Een speciaal woord van dank voor al die studenten die mij de deur openden naar deze vorm van poëzie. Zij brachten bij mij emoties te weeg die ik in taal heb willen uitdrukken. Het zijn slechts de kleine verschillen en nuances waardoor een beroep op concentratie en waarneming wordt gedaan. Zo ziende en lezende zal de verbinding door beeld en taal voelbaar zijn. De inhoud is een vorm van taalkunst, waarbij niet ‘t taalpurisme of de literaire knipoog een hoofdrol spelen, maar de verinnerlijking van de observatie en de abstracte taal-van-het-hart worden geïllustreerd.

Groeilichten

‘Groeilichten’ is een boekje dat ik in het voorjaar van 2022 ten doop heb gehouden. Het is een poëtische neerslag van indrukken. Deze nieuwe publicatie is mijn tussentijd, om los te komen van de dagelijkse duistere werkelijkheid. Het is een intermezzo in een extreme periode waarin ik vaak een mediapauze nodig heb omdat niet ver hier vandaan levens stilstaan of verliezen. ‘Groeilichten’ is een bundeltje vol verrassingen, met tal van homonieme verzen, metaforen en cryptokrabbels en op bijzondere wijze geïllustreerd. Het is poëzie dat onder andere ontstaan is tijdens het surveilleren bij examens. Het zijn onherleidbare karakterschetsen van studenten in homoniemen en metaforen.

Jonge mensen die zich op hun top van kennis lieten zien en barstensvol hoop zaten. In mijn werkzame leven als docent ben ik vaak als surveillant ingezet. Minder militante woorden zijn in deze tijd misschien beter gepast. Laat ik het monitoren noemen, of gadeslaan, observeren of toezien. Kortom, een mondvol voor momenten van stilte. Stilte waarin kennis zich in waarheid laat ontvouwen.
Ware informatie is in deze tijd van wezenlijk belang om aan de hand van juiste kennis je inzicht te toetsen. De vragen blijven komen in hoeverre waarheden, die ons voorgeschoteld worden, ook de werkelijkheid is. Nepnieuws overspoelt jou, mij en de gehele wereld. Dikwijls komt de gedachte bij mij op hoe blij we mogen zijn met de gedrukte pers, de dagbladen en het journaille die verificatie toepassen en de werkelijkheid nastreven. Ik kan hier een overeenkomst ontdekken met de taak van surveilleren tijdens examens. Tijdens dergelijke momenten is plagiëren of transcriberen, in welke vorm dan ook, uitgesloten. De komende tijd zullen weer veel docenten hun blikken over blokkende leerlingen laten gaan. Wellicht dat er ook gadeslagers zijn die cryptokrabbels naar waarheid maken. 
Samengestelde woorden vind ik heerlijk, het versnelt de communicatie en iedereen weet wat er wordt bedoeld. Groeilichten is zo’n samengesteld woord en komt voort uit de tuinbouw. Groeilampen hangen boven de planten om ze te laten groeien. Het licht trekt hen aan; de sappen snellen omhoog en de fotosynthese zorgt voor ontwikkeling van de plant en hopelijk ook bloemenpracht. In de context waarin ik het plaats betekent licht ‘t lichtpuntje waarnaar we kunnen uitkijken. Dat lichtpuntje aan het eind van de tunnel laat ons groeien. Of dit nu door presteren, door kennis, door vaardigheden of door bewustzijn is, groei is uitsluitend mogelijk in een atmosfeer waarin zuiverheid de hoofdrol speelt. Bij planten is dat zuurstof en licht, bij ons mensen is dat waarheid. 
Veel van mijn ‘Groeilichten’ dateren nog uit een tijd van vóór ‘Poetins-war’. Ze laten licht schijnen uit een voor-beklemmende tijd waarin desinformatie nog nauwelijks bestond. Als tijdens de komende examenperiode het zwarte inkt op het maagdelijke papier uitvloeit en de aandacht van de student als een pushpin de opgave vastprikt, zijn beide getuige van een duistere tijd. Een tijd waarbij het licht nog ver weg schijnt en hoop de enige raadgever is. Later, veel later terugziend op vandaag, zal de actualiteit die hoop tot troost hebben getransmuteerd. We zullen dankbaar zijn dat we door jeugdige groeilichten zijn opgetild uit die kolkende modderstroom en terecht zijn gekomen in het stille heldere water dat de menselijke waardigheid bevestigt.

(image by Mell-88 on Pixabay)

Gekortwiekt

In de hectische tijd van wel of geen mondkapje, wel of geen nieuwe Covid-mutatie, de klimaatcrisis, de CO2 crisis, en vooral ook een Oost-Europese oorlog die zich ontvouwt… werd het bloggen over boeken en de toedracht daartoe bijna schaamteloos. In de fase van schrijven waarin ik mij momenteel bevind, doet de context er juist toe. Het was een fase van onderzoek. Betreffende het onderwerp wil ik de feiten van alle kanten onderzoeken, belichten, verdiepen en de helderheid ontdekken.

De nuance daarbij is leidend, hoewel storende factoren zoals over elkaar buitelende meningen van deskundigen op televisie, van welke signatuur ook, per definitie ambetant zijn. Het haalt mij van mijn koers af terwijl toch ook het nu – waarin we allemaal zitten met de al of niet voortgaande voorspelbaarheid – uiterst belangrijk is. ‘Hoe doe ik dat, hoe hou ik mezelf bij de les?’. Een simpel antwoord is het meest klare: de uitknop van de media is de magische oplossing. En lezen, veel lezen wat ‘helden’ vóór mij geschreven hebben en dan op pad gaan, op zoek gaan naar plekken die mij inspiratie bieden. De winterperiode biedt de mogelijkheid tot de eerste variant. Het hoofd heeft dan veel te verwerken en het moet de eerdere ‘stemmen uit het verleden’ uitkristalliseren en een plek geven. De lente, met z’n ontluikende natuur, biedt riante mogelijkheden om op pad te gaan en de inspiratie van buiten naar binnen te laten komen.

Ik kijk dus uit naar de maand maart met zijn negen ‘s zomerse dagen, zoals men op het platteland beweert. Die lage zon door de frisse groene sluier van ontluikend gebladerte geeft de zuurstof waarop mijn schrijvende motor draait. Ik kan niet wachten op de warmte die alle kou en kilte van escalatie en onbegrip verdrijft. Juist de actuele gebeurtenissen geven sommige auteurs vleugels. Ik word gekortwiekt en moet laag bij de grond blijven. Het is een tijd van eb of is er geen tijd, met Vasalis in gedachten…

Bloggen over boeken

Rood is niet alleen de kleur van de roos. De kleur die opwindt en energie geeft, overkwam mij ook in dit gebouw in Dornach. Een aanrader om de zon te ervaren door deze immense glazen ruit. Toch is ‘het gras is groener’ als een ander jou erover vertelt. Het heeft dan meer impact dan wanneer je zelf gaat zoeken. De beslissing voor een interessante reis of iets kostbaars is meestal geen impuls aankoop. Het wordt je vaak aangeraden door derden, familie, kennissen of media.

Hun enthousiasme of de reviews zorgen ervoor dat je de gedetailleerde en soms gekleurde informatie laat doorslaan in je keuze. Ik vind het daarom noodzaak dat een reële achtergrond van zoiets waardevols als een boek waarin ook reiservaringen worden vermeld, door de auteur te raadplegen moet zijn. Verteld zonder commerciële franje van omgeving of een column in de media. Dat een blog geen column is lijkt mij duidelijk… of toch niet?
De functie van een columnist is door een eigen mening direct te reageren op de actualiteit aandacht te vestigen op iets interessants. Bloggers mogen er ‘iets’ langer over doen. Bij mij is dat net zo. Een tekst, die bij mij boven komt, moet meestal rijpen. Ik moet er een nachtje overslapen, nog eens uitgebreid onderzoek plegen en de tekst bijschaven. Direct reageren is een vak en heeft hoofdzakelijk met een mening te maken. Je kunt daardoor ook missers meemaken, feiten over het hoofd zien en vooral dat ligt een perfectionist niet. Nou wil ik niet zeggen dat ik taalpurist ben, maar ik streef zoveel mogelijk zekerheid, onderzoek en helderheid. Het schaven aan teksten houdt eigenlijk nooit op. Soms moet ik de spreekwoordelijke punt achter een zin zetten om verder te kunnen. 
Haiku’s, homonieme verzen, metaforische proza en cryptische krabbels zijn mijn vingeroefeningen. Het zijn stukjes tekst die vlot en veilig uit mijn digitale pen vloeien en waar overdenken nauwelijks nodig is. Door waarneming worden deze invallen meestal gestuurd. Er wordt wel gezegd dat dit soort automatisch schrijven een input is vanuit een andere dimensie waar men geen invloed op hebt. Als je de filosofische weg hierbij in ogenschouw zou nemen, kan daarover een interessante dialoog ontstaan. Zelf zie ik op zo’n moment de input vanuit het alledaagse zich vormen en vertalen in aaneenrijgen van woorden waardoor taal en tekst zich ontvouwt. Het alledaagse zit in het kleine verhaal met een dubbele bodem waarbij de beschouwer de moeite neemt om grond te vinden in de tekst. 
Bij het schrijven van mijn romans kies ik meestal voor het kleine verhaal in de context van het thema. In ‘Spinrag’ wordt de alledaagse werkelijkheid, volgens sommige lezers: “opgetild tot een mondiaal probleem. Het is net zo spannend en informerend als de fictie van een dikke pageturner.” Dat is een compliment. De spanning laat zich zien als tussen feit en fictie een schurende relatie ontstaat, die de beeldende fantasie van de lezer prikkelt. Dat in de onderhavige roman vooral de locaties autobiografisch zijn, zorgt voor werkelijkheidszin. Stuk voor stuk zijn die locaties zowel in het Japanse Nara, het Egyptische Philae, het Russische Zagorsk als het Zwitserse Dornach het bezoeken waard. Met name de laatste locatie, het Goetheanum, is een absolute aanbeveling. Je kunt het onder andere lezen in ‘Spinrag’, de filosofisch getinte pageturner.

Achtergrond van Roomtroost

De titel is een samengesteld woord. Vele lezers en potentieel lezers vragen zich af wat dit toch betekent. Voor mij betekent ‘Roomtroost’ zelftroosting. De samenstelling Roomtroost komt eigenlijk voort uit het rijkelijk fêteren van de ‘eenzame visser’ in een restaurant die ik in het boek ‘de Woldknippe’ heb genoemd, een restaurantje in Dwingeloo. Die ontmoeting werd afgesproken op ‘de Dikte’ een weggetje langs de Dwingelder stroom. Dat en nog heel veel andere zaken boden troost aan Wietse, de hoofdpersoon. Eenzelfde troost die hij ook als puber ervoer als hij na een te vergeefse ontmoeting bij het Stompwijkse ‘Blesse paard’ een roomijsje kocht. Dat heeft voor hem te maken met zelftroost. Jezelf een cadeautje geven als je depri bent. Toch gaat het boek niet over depri-zijn of herinneringen. Ik probeer met deze roman ook tussen de regels door, enige filosofische vingerwijzingen mee te geven. Daarom vind ik teksten belangrijker dan beelden. Steeds als ik de bekende schoenendoos open en er foto’s uithaal of zo’n eigentijds digitaal samengesteld ‘Albelli’ fotoboekje openslaat, dan begint het bovenin bij mij te werken. Mijn hersens draaien dan op volle toeren en herinneringen schieten als paddenstoelen uit de grond. Ik kan daar niets tegen doen, het gebeurt. Ook bij zelfgemaakte filmpjes gebeurt dat. Beelden, bewegend en stil trekken mij naar het verleden, soms zelfs naar het verre verleden. Zij doen het verleden herleven in mijn herinnering. Zij zorgen ervoor dat het moment van herbeleving boven de realiteit uitstijgt. Overkomt jou dat ook? Ik denk het wel. De waargenomen beelden uit het verleden zetten de knop van herinneringen aan en nemen de plaats in van de realiteit. Hierdoor wordt mijn feitelijke ervaring van het NU versluierd door mijn verleden. Is de ervaring van ’t NU, de feitelijkheid, niet veel rijker dan een geleefd verleden?

De uitdrukking: ‘Een beeld zegt meer dan duizend woorden’ is vaak gebruikt maar woorden, taal en zinnen zijn zaden die worden verstrooid en geplant en komen op in het NU. Zij nemen de plaats van het nu niet in maar voegen toe om nu of later te ontkiemen en hun kracht te tonen. De kracht van woorden kent z’n gelijke niet. Ik neem woorden mee naar de toekomst om zinnen en begrippen toe te passen en mijn mening duidelijk te kunnen maken; die ontkiemkracht mee te kunnen geven. Zelfs woorden die een herinnering doen herleven, nemen je mee naar de toekomst voor overdenking en zelfreflectie. Het is lesmateriaal voor in het leven van NU. Het woord staat in mijn opinie, in rangorde boven het beeld. Die ‘duizend woorden van een beeld’ laten zien en geven inzicht in de situatie waarin de foto of film is gemaakt. Het schetst de gehele context waarin die ervaring is vastgelegd. Ik vraag mij af, nemen we er iets van mee naar de toekomst? Zit het in ons associatief geheugen? Wordt het daar niet ingekleurd en geïdealiseerd? Een woord, een zin, een tekst is schoon, helder, klaar en duidelijk. Het is letterlijk zwart op wit. Dat is volgens mij de kracht en de tegenkracht van horen en zien; van waarneming.

‘Roomtroost op de Dikte’ is een filosofisch getinte roman, zoals je weet. De locaties en situaties zijn autobiografisch terwijl de personages mengvormen zijn van bestaande karakters en fictieve personen. Als voorbeeld wil ik graag de hoofdpersoon noemen: Wietse. Hoewel bij mij deze naam een warm gevoel oproept, moet ik erkennen dat de personage de naam kreeg van een vriend uit onze weide.
De Dikte’, een weggetje in Dwingeloo is mij dierbaar omdat ik maandenlang in het boerderijtje verderop heb gewoond. Ik had toen de ziekte van Lyme. Door niets te kunnen en alleen maar liggen, zag ik dat een kudde blonde d’aquitaines de hele dag van links naar rechts aan het grazen waren. Aan het eind van het weiland gekomen gingen ze grazend weer terug. En dat ging de hele dag door, heen en weer, heen en weer. Dat gaf mij de bevestiging dat je bewegen moet en als je levend wilt blijven – letterlijk en figuurlijk – dat verandering nooit ophoudt.

Ik bracht dat terug naar mijn werkomgeving waar ik reorganisatie op reorganisatie zag gebeuren. Die koeien gaven mij het inzicht dat ook in het bedrijfsleven en onderwijs herschikking en voortdurende beweging noodzakelijk is, tenminste als je voldoende wilt blijven grazen… als je voldoende winst en resultaat wilt blijven behalen. Daarom is de Dikte voor mij zo belangrijk geworden.

 Ik heb dit boek geschreven om een viertal dingen die ik beslist wilde delen:

  1. Omdat aan te geven dat een enkele ontmoeting of opmerking bepalend kan zijn voor iemands verdere leven. Datgene wat je tegen elkaar zegt, kan verdragende gevolgen hebben. Zeker in deze tijd van vergroving is zorgvuldigheid van communiceren bijna een eis is, zeker tegenwoordig met sociale media, simpelweg omdat je heel snel slachtoffers maakt.
  2. Omdat ik wil aangeven dat vermeende wijsheid ook een keerzijde heeft. Kijk vooral naar de bijrol van de hengelaar die in de optiek van de jongen veel wijze woorden spreekt, ook in deel twee. Daar tegenover heeft die hengelaar zijn eigenaardigheden: hij heeft te grootmoedig geleefd, was verslaafd aan ontvreemding, heeft in de gevangenis gezeten, is vreemdgegaan en heeft geweld gebruikt. Dat is nogal wat als alles bij hem in balans zou zijn. die negatieve punten bieden dan een behoorlijke tegenhanger voor de wijsheid, die hij uit.
  3. Dat de wereld van toevalligheden aan elkaar lijkt te hangen, maar oorzaak en gevolg het stuur in handen hebben. Ik geloof in de universele wet van compensatie, de slinger van ritme. Dat komt in de hermetische filosofie sterk aan de orde. Denk aan eb en vloed ze volgen elkaar op, zo wisselen ook de vette jaren en de magere jaren elkaar af, om maar eens met Bijbelse termen te gooien. De vreselijke crisis waar we nu inzitten zal zeker ook z’n positieve gevolgen hebben. Daar ben ik van overtuigd: thuiswerken, gezinsleven, naoberschap. Dat is oorzaak en gevolg.
  4. Omdat ik de locaties interessant vind en deze enige autobiografische ervaringen toestaan.

Achtergrond van ‘Fluistering op de stilte’

Stilte boeide mij altijd al. De uitspraak van dichter Judith Herzberg ‘We kennen elkaar want we hebben samen gezwegen’ loopt altijd met mij mee. Het is heerlijk om samen stil te zijn, al bedoelde Herzberg dat natuurlijk anders. Is het niet fascinerend om een wandeling in de natuur in stilte te maken. Voor mij is Stilte, met een hoofdletter, een omstandigheid zonder ruimte en tijd, waar de fluistering op kan neerdalen. Je biedt ruimte en toegang waarna het wonder zich ontvouwt. Vanwaar die fluistering komt en hoe die je bereikt blijft ook voor mij een vraag. Misschien komt die fluistering van boven of van beneden, misschien wel vanuit een andere dimensie, vanuit een parallelle wereld. Misschien wel vanuit een bron die je in die Stilte toegang verschaft tot creatieve invallen.

Het was alweer zeven jaar geleden, de tweede helft van 2014 die ik gebruikte voor een intensieve research van mijn roman ‘Fluistering op de stilte’. In mei 2015 betrok ik een artist-in-residence ruimte in het bergdorp Callosa D’en Sarria in Spanje. De Costa Blanca kon ik vanaf het dakterras met gemak waarnemen. Gedurende een maand van isolatie ontstond in grove lijnen het plot.

‘Fluistering op de stilte’ werd bij veertig graden in de steigers gezet waarna een uitgebreid schaven en vijlen begon. Ik heb het boek bedoeld als studie-roman specifiek voor mensen die tegen een ‘creatief block’ aanlopen. Zoals jullie in de omschrijving van het boek kunnen lezen gaat het om een treinreis van een dag, van Groningen naar Maastricht en terug. Ik heb deze reis in z’n geheel kunnen maken en kon reflecteren op de gesprekken die ik eerder met diverse reisgenoten heb gevoerd. De tentoonstelling van Melanie Banajo heb ik tweemaal in het ‘Bonnefantenmuseum’ te Maastricht bezocht.
Het aanvankelijke manuscript bestond uit twee door elkaar lopende verhaallijnen. Een erudiete vriendin wees mij er op dat duidelijkheid en helderheid zou toenemen indien ik de twee verhalen zou loskoppelen, hetgeen ik heb gedaan. Zo ontstonden er drie Romans, deze dus en ‘Roomtroost op de Dikte’ en ‘Spinrag’. Na redigeren en taal correcties werd ‘Fluistering op de stilte’ gelanceerd.

 De alledaagse drukte en het multi-tasken was voor mij een reden om er een hele roman aan te wijden. Die drukte houdt ons af van werkelijke inspiratie. Daarom wilde ik een tegengeluid laten horen, hoe het menselijker kan, zonder steeds maar die hectiek. Ik beschrijf in deze roman hoe de hoofdpersoon Lisa bewust wordt in het ruimte bieden en hoe ze beter geïnspireerd kan worden. Simpel doordat stilte je ook ruimte geeft. Hierin spelen de drie aspecten een grote rol: vertrouwen, toewijding en overgave. Ook soberheid, schoonheid, harmonie, matiging en duurzaamheid komen in deze roman aan de orde.
Door de stijlvorm van roman is de filosofische insteek gemakkelijk leesbaar. Het verhaal neemt je mee op reis en ondertussen verbindt het enige filosofische waarheden aan actuele gebeurtenissen die Lisa en Sifir tegenkomen. Het wordt daardoor inpasbaar in het dagelijks leven van de creatieve geest. De illustraties, schema’s en literatuurverwijzingen kun je als een toegift zien die ook bijdragen tot meer helderheid hetgeen het onderwerp verdient.
Een interview op RTV-Drenthe en vele positieve reacties van lezers bevestigde mijn keuze van het uit elkaar halen van de verhaallijnen en dus ook het advies van verheldering.
Het viel mij op dat veel van mijn lezers de verwijzingen naar diverse boeken als indrukwekkend bestempelen, hetgeen ik eerder een zwakte bod van mijzelf vind. Maar dat zal dan wel weer de onzekerheid zijn die bij iedere schrijver en creatief persoon op de loer ligt.
‘Fluistering op de stilte’ is opgedragen aan Marion mijn docent aan de ‘School voor praktische filosofie’ in Groningen, inmiddels is zij betrokken bij eenzelfde school in Eindhoven. Zij leerde mij om voorafgaande en afsluitend bij het creatieve werkzaamheden een stilte meditatie te beoefenen. Dat heeft mij tot op heden geholpen om verbinding te krijgen met de kern van waaruit ik kan schrijven.

Personages en karakters

Verscheidene malen is mij gevraagd hoe ik toch aan de personages in mijn boeken kom. Bijvoorbeeld de vele karakters die een rol spelen in mijn roman Spinrag. Het schrijven van een roman is voor iedere auteur weer anders. Ik schrijf voortdurend en iedere dag. Schrijven zonder te weten of ik die proza ooit in een boek verwerk. Wanneer het plot helder is, volgt meestal de uitwerking van karakters en een selectie van situaties waarin ze terecht komen. De karakters zijn voor mij altijd personages die ik in het verleden heb ontmoet.

De karakters in kwestie, zij die werkelijk bestaan of bestaan hebben, zullen nooit hun eigenheid kunnen herleiden uit de personages in mijn roman. Natuurlijk niet door de naamgeving maar meer door een mix van eigenschappen, gedrag en eigenaardigheden van diverse personen, die model kunnen staan voor een personage. De ontmoetingen uit het verleden zijn talrijk geweest. Reisde ik lang geleden voor een multinational de wereld rond, in mijn latere carrière heb ik mijn ervaringen gedeeld in het reguliere onderwijs. Meer dan drieduizend leerlingen mocht ik gediplomeerd uitzwaaien. Het intensieve contact tussen docent en leerling biedt meer dan voldoende materiaal van waaruit ik karakters kan boetseren. Binnenkort hoop ik behoudens de roman waaraan ik werk, een klein geschenk boekje uit te geven. Het is een bloemlezing van metaforen en homoniemen in de vorm van hai ku’s waarin onherleidbare karakters en gedrag van personages een hoofdrol spelen.

Voor mijn ‘reguliere’ romans blijf ik lange tijd kneden en schaven aan de persoonlijkheid die ik een rol gun. Los van het plot beschrijf ik een persoon zeer gedetailleerd: het uiterlijk, zijn of haar kennis en opleiding, het gedrag in goede en slechte momenten etc. Op twee A4tjes moet dan zo’n karakter vorm krijgen. Dit kost tijd en geduld. Een extract van eigenschappen, de meest typerend gebruik ik dan in het plot, het verhaal dat ik aan het schrijven ben. De context en omstandigheden kunnen vaak dat personage nog veranderen. De eigenheid verkijk je pas in relatie met je omgeving, zo is het bij het schrijven van een roman ook. Zo wordt de protagonist pas iemand in de context van de omstandigheden en in relatie met de antagonist.

Wat is de titel?

Na het uitkomen van de roman ‘Spinrag’ en een kleine periode van euforie komen de reacties binnen. “Hoeveel is er verkocht? Ben je al weer met een volgende bezig? Wat wordt de titel van je volgende?”Het zijn vragen die liefdevol zijn bedoeld maar echt op de inhoud ingaan … daar is men veelal nog niet aan toegekomen. “Na de vakantie”. Dat is dan wat ik hoor. En ik zie het al voor mij. In het hete zand op het Griekse eiland Kos kun je dan zomaar Spinrag tegenkomen. Of onder neerzijgende regen, hartje Nederland, kamperen bij de boer.

Voor mij een curieuze gedachte, liggend in de zon in een tijd volverwachting. Precies zoals ik mijn tijd doorbreng, in verwachting. De volgende…? Jawel, ik ben aan het werk voor mijn volgende boek. Maar werken betekent voor de meeste buitenstaanders dat je weer een pen op papier zet. Het toetsenbord laat ratelen en de ene zin na de andere op het witte vlak verschijnt. Niets van dat alles. Bij mij gaat het niet zo. Ik zoek inspiratie, een groot woord maar toch. Voor inspiratie heb je ruimte nodig, letterlijk en figuurlijk. Ruimte om je heen en ruimte in je hoofd. Als auteur moet je ruimte bieden om het verhaal te kunnen laten indalen, je te laten inspireren. De spirit moet verbinding maken. En als ik ruimte in mijn hoofd nodig heb, als ik de spirit wil ontmoeten, dan rijd ik naar Moddergat…of-all-places.

Moddergat aan de rand van het wad, vlakbij het Lauwersmeer. Het is slechts een Dijk, een grote drempel, die je over moet gaan zowel letterlijk als figuurlijk. Dan ligt het wad voor je en een lange beloopbare strekdam strekt zich uit tot zo’n twee-en-een-halvekilometer in zee. Daar aan de kop van die strekdam waan ik mij midden op het wad. De golven omsluiten mij en het geluid van meeuwen en scholeksters zijn verstomd omdat de plek te ver van de kust is. Daar op de kop van de strekdam is de ruimte waardoor inspiratie kan stromen. Als brekende golven beukt de inspiratie tegen de binnenkant van mijn hersenpan. Nu gaat het er om… wil ik het opnemen; wil ik het accepteren? Kan mijn ego buigen voor de boodschappen die binnenkomen? Dit is voor mij werken. Dus geen pen op papier, geen rammelend toetsenbord, geen zwart op wit. Het is de wilde wind en het geluid van beukende golven dat mij dwingt tot een volgende stap: niets doen maar laten gebeuren.

Hoera, de nieuwste

En dan is ie er. De nieuwste roman uit mijn oeuvre. Trots, moe en blij tegelijk dat zovelen bij mijn signeersessie aanwezig waren: oude bekenden, jonge mensen en natuurlijk familie. Zij ondernamen allemaal een lange reis om naar de drukke Utrechtse binnenstad te komen en in galerie Waterbolk mijn roman in ontvangst te nemen. 

En dan gaat daar mijn ‘kindje’, waar ik meer dan een jaar aan gewerkt heb en waarvan sommige teksten al twintig jaar lagen te wachten op dat ene moment. Het was het juiste moment om het daglicht te kunnen zien. Op zo’n moment denk je alleen maar aan al die mensen die eraan hebben meegewerkt. De uitgever, de drukker, de meelezers, de redactrice, de illustratrice, de opmaker. En vooral niet te vergeten de docenten die soms lang geleden, soms kort geleden, de schrijftechniek en de filosofische inspiratie en motivatie verschaften. Velen vragen zich af waarom ik in een romanvorm een levensbeschouwelijke tekst verpak. Ik moet eerlijk bekennen dat juist deze wijze van schrijven mij het meeste ligt. Anderen en-passant iets zinnigs meegeven waar ze hopelijk wat aan hebben.

De hoofdpersoon in het boek bekent op een gegeven moment dat hij begaan is. Het iets zinnigs meegeven en dat begaan zijn, liggen in elkaars verlengde. Hoewel ik uitsluitend de locaties als autobiografische input heb gebruikt, sijpelen de filosofische en spirituele zienswijze langzaam in de teksten door. Dat is het lot van een auteur, een geschreven tekst staat nooit los van ’t brein-van-het-hart.

Het proces, deel 6

Er is inmiddels veel werk verzet door de uitgever en de drukkerij. De opmaak is klaar, de cover is ontworpen mede dank zij de illustratieve bijdrage van Elly van den Hout. Nog even een up-date? De inhoud van mijn nieuwe roman heeft als inspiratiebron gediend voor de expositie van kunstcollectief CALL5. De uitnodigingen zijn inmiddels de deur al uit, heb ik begrepen. Misschien heb jij ook al zo’n uitnodiging ontvangen en gelezen wat de titel van mijn filosofisch getinte roman is. SPINRAG is een titel die associeert met spinnen en spinnenwebben. Echter spinrag zie je ook wel eens 

aan het plafond hangen, bij voorkeur bij anderen… draden van smerige vuiligheid. Wellicht kun je doorzien dat mijn filosofische betoog meer het figuurlijke achter SPINRAG zoekt. In het hoofd, in de geest… daarkan ook SPINRAG ontstaan. Zo is in deze spannende roman, met enige humoristische passages, een knipoog naar de stem van het hart. Het is de lokroep van Sirenes die de hoofdpersoon niet kan weerstaan en op onderzoek uitgaat. Op donderdag 24 juni 2021 werden de eerste exemplaren van deze roman verkrijgbaar. Tijdens de expositie van het kunstenaarscollectief (22-27 juni 10-18 uur) was ikzelf aanwezig. De signeersessie was van 15-18 uur. Ruim voor die tijd is een officiële aankondiging getoond en vooral ook kon men persoonlijk kennismaken. De samenvatting van de inhoud, zoals die op de achterflap te lezen is werd gretig bestudeerd. Kortom het was een succes en dat voor een filosofisch getinte roman met meeslepende zoektochten en een adembenemende apotheose die staat voor humor, spanning en verdieping.